Eppo van Nispen viert de online zetten van 500.000 oude programma’s alsof het een triomf is. Alsof ‘na zeuren, zuigen en trekken’ een passabel businessmodel is voor een tijdperk waarin de concurrentie in 48 uur een nieuw platform lanceert. Maar dit is geen doorbraak — het is een museumopening. En niemand koopt kaartjes.
Terwijl Mark Koster in *Studio Ego* de publieke omroep afmaakt als een instelling zonder spier, presenteert Beeld en Geluid een archief als innovatie. Alsof het opslaan van het verleden iets zegt over de toekomst. Alsof 500.000 verouderde uren relevantie kunnen kopen met volume.
Maar wie kijkt er nog naar een talkshow uit 1993 zonder context, zonder casting, zonder meme? Wie zoekt een actualiteitenreportage van 1987 als de samenvatting op Wikipedia in tien seconden is gevonden? Het publiek is niet lui — het is efficiënt. En efficiëntie kent geen nostalgische ziel.
Het probleem is niet de toegankelijkheid. Het probleem is de waarde. Beeld en Geluid denkt te investeren in cultuur, maar verbrandt budget op een backlog die niemand claimt. Dit is geen digitalisering — dit is verzamelen met een betalingspas. En terwijl ze trots zijn op ‘eindelijk online’, zijn de echte spelers al bezig met AI-gestuurde personalisatie, algoritmische herbelevingen, en interactieve archiefervaringen waar je in kunt stappen.
Het archief is geen product. Het is een bron. En een bron is niets waard zonder een maker die er iets van maakt. De toekomst ligt niet in het vrijgeven van 500.000 uren — maar in het selecteren van 500 minuten die de moeite waard zijn. Maar wie zou moeten kiezen? Beeld en Geluid? Een subsidieafdeling? Of een maker op YouTube die al weet wat klikt?
Must-watch moment? Wanneer een docu-maker een clip uit 1975 gebruikt in een video van 12 miljoen views — en niemand naar Beeld en Geluid verwijst. Dan is de les duidelijk: hergebruik is geen verdienmodel.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
