Twintig jaar Beeld & Geluid. Twintig jaar een kleurrijk pand op het Media Park. Twintig jaar trots op een architectuur die iedereen ziet — en niemand bezocht. Want wie viert een gebouw als het instituut zelf allang geen adres meer is?
Het gebouw van Beeld & Geluid is een icoon, zeggen ze. Een landmark. Een must-see. Alsof je een museum opent voor een collectie die niemand mag inzien. Het pand is kleurrijk. De cijfers niet. Het is een monument van glas en stalen ambities, gebouwd in een tijd waarin de media nog dachten dat zichtbaarheid genoeg was. Maar vandaag is het pand niet een plek van invloed — het is een decorstuk in een stad die zelf aan het verdwijnen is.
Hilversum? Een naam uit een oude atlas. Een productiecentrum zonder productie. Een stad met zenders, zonder kijkers. En Beeld & Geluid? Een archief met 500.000 uren, zonder een publiek dat vraagt.
Men viert de vorm, terwijl de inhoud allang irrelevant is geworden. Een gebouw dat opvalt, ja. Maar wat doet het? Het bewaart. Niet maakt. Het registreert. Niet verspreidt. Het collecteert. Niet verkoopt. En in een tijd waarin een maker op YouTube sneller een documentaire lanceert dan Beeld & Geluid een metadata-update doet, is icoon zijn een zinloze trofee.
De toekomst van archieven ligt niet in gebouwen. Die ligt in algoritmen, in AI, in toegankelijkheid. In een wereld waarin een tiener in India een clip uit 1983 gebruikt in een video van 8 miljoen views, is het Nederlandse archief niet een bron — het is een blokkade.
Een gebouw mag dan twintig jaar staan — maar wie nog komt? De toerist. De nostalgicus. De architectuurstudent. Geen maker. Geen publiek. Geen economie.
Must-watch moment? Wanneer een YouTuber een video lanceert over ‘het gekleurde gebouw in Hilversum’ — en meer kijkt dan de totale bezichtiging in een jaar. Dan is het icoon geen macht. Het is een grap.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
