Ze zeiden dat het een slechte film was. Kritiek op het script, op de acteurs, op de timing – alsof je Michael Jackson kunt vangen in een net. En toch: de bioscopen zaten vol. Niet vanwege de recensies, maar ondanks ze.
Michael, de biopic die niemand helemaal goed vond, trok wél mensen. Want laten we eerlijk zijn: het ging nooit om de film. Het ging om hém. Om die stem. Die moves. Die kinderogen in een lichaam dat nooit oud mocht worden. Je hoeft geen fan te zijn van de manier waarop ze het vertellen, maar je kunt niet ontkennen dat het verhaal – gebroken, geniaal, verward – nog steeds trekt. Zelfs als het wankelt op scriptieles.
De kritiek is terecht, zeker. Maar het publiek koopt geen ticket voor een vijf op de tien. Ze komen voor de muziek die in hun hoofd afspeelt vanaf het moment dat de trailer begint. Voor die ene scène waarin hij de Moonwalk doet, zelfs als de rest van de film op z’n gat ligt.
Een biopic over Jackson is nooit alleen een film. Het is een spiegel. En die breekt, net als hij, onder de druk. Maar mensen blijven kijken.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
