Hij zei het zelf al zo vaak: ‘Dit is echt de laatste keer.’ En toch, daar is-ie weer – Gordon, de man die zijn eigen afscheid niet serieus neemt. Nu dus weer in de studio, met Re-Play, alsof de jaren tachtig nooit weg zijn geweest.
Eén vraag: waarom blijft hij dit doen? Niet omdat het nodig is – zijn bankrekening overleeft zeker een paar stiltes – en ook niet omdat de kwaliteit plots is gestegen. Nee, het voelt eerder als een tic. Iedere paar jaar pakt hij die microfoon weer, alsof hij moet bewijzen dat hij ooit iets was in de muziek. Alsof ‘Vlieger’ nog steeds in zijn aderen zit.
Maar hoor, ik hou van Gordon. Echt waar. De humor, de timing, de manier waarop hij zichzelf blijft uitschamen – daar kun je niet omheen. Maar zingen? Met Re-Play? Het is alsof je oude legoblokken uit de kist haalt en denkt: ‘Misschien bouw ik er nu eindelijk een huis van.’ Het ziet er lief uit, maar het is gewoon kinderspel.
En dan de ironie: hij maakt zichzelf jarenlang belachelijk op tv, met parodieën, met gekke outfits, met een gezicht dat zegt: ‘Ik weet dat dit gek is.’ En dan draait hij zich om en doet precies waar hij om lacht. Dat is pas talent: je weet dat het muzikaal mislukt, maar je doet het toch – met een knipoog die niemand ziet.
Uiteindelijk is het geen comeback. Het is een tic. Een gewoonte. Een man die niet kan stoppen met knipperen naar zijn eigen spiegelbeeld. En weet je wat? Laat hem. Zolang hij lacht, mogen wij ook.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
