Ze zingen in Londen, dansen in New York, spelen in Bristol alsof ze daar zijn geboren. Maar nee, het zijn geen Britse musicaltalenten – het zijn gewoon weer Nederlanders. En dit keer is het Vajèn van den Bosch die schittert in *The Greatest Showman*. Alsof we niet al wisten: ons volk kan alles – behalve stilzitten.
Maar wat is het dan? Waarom lopen zij plots op buitenlandse podia, terwijl wij hier nog steeds denken dat een musical iets is dat je op zondagmiddag op NPO 1 ziet? Misschien is het de combinatie: harde werking, scherpe tong, en een droom die groter is dan een Amsterdamse gracht.
Vajèn is geen uitzondering, ze is het bewijs. Want kijk eens rond: steeds meer Nederlandse acteurs verdwijnen naar het buitenland, niet als toeristen, maar als hoofdrollen. Zonder accent, zonder excuses, met alleen een CV dat kraakt van de discipline. En dan? Dan winnen ze. Niet met volume, maar met precisie. Met ziel. Met die typisch Nederlandse mix van nuchterheid en gekte.
Wij denken dat succes in het theater over glamour gaat. Zij doen het gewoon. Iedere dag opnieuw. Oefenen, bijlessen, auditie na auditie – tot iemand eindelijk zegt: ‘Ja, jij.’ En dan? Dan zing je alsof je leven ervan afhangt. Want dat doet het, eigenlijk.
Misschien moeten we hier stoppen met onszelf te onderschatten. Want als zij het kunnen – van Heerhugowaard tot Broadway – dan is onze grootste export niet kaas, maar moed.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
