Van 18 tot 22 mei: Videoland wordt overgenomen. Niet door een streamerij, niet door een Hollywood-studio, maar door de grootste, luidruchtigste, smerigste familie uit de Nederlandse geschiedenis. De Flodders zijn terug. En dit keer is het Kees Junior – of eigenlijk Kees Junior – die de boel in brand zet.
Een villa in Eyckendael. Een erfenis. Een stiefzoon die klinkt als een diplomaat maar denkt als een aasgier. En natuurlijk: Oma Flodder, die met haar pantoffels en vieze moppen het gezag van de bourgeoisie meteen ondermijnt. Het is geen serie. Het is een oorlog. En de wapens heten: vieze truien, gebakken vlees en een complete afkeer van netheid.
Maar hier zit het geniale: *Kees Flodder* is geen reboot. Het is een spin-off met stijl. Niet zomaar een nostalgiehit, maar een moderne update – met een vrouw als hoofdrolspeler, een stiefzoon die net zo gek is als de rest, en een buurt vol hippe hypocrieten die denken dat ze beter zijn.
En dan zijn er de gezichten. Ghislaine van IJperen als Kees Junior: stoer, koppig, geniaal. Tibor Lukács als Donnie: rauw, luid, perfect. En natuurlijk: Tatjana Šimić, die als moeder Kees binnenkomt als een orkaan in een joggingpak.
Maar de echte ster? De buurt. Robbert Bleij, Isa Hoes, Ferdi Stofmeel, André Dongelmans – allemaal spelend een type dat al tachtig jaar in de Nederlandse komedie zit: de verontwaardigde middenklasse. En tegenover hen? De Flodders. Minder rijk. Minder netjes. Minder schaamte. En daarom: machtiger.
Want laten we duidelijk zijn: deze serie is geen satire. Het is een verlossing. In tijden van perfectie, van filters, van duurzaamheid en mindfulness, is *Kees Flodder* het enige programma dat zegt: “Lekker rotzooien.”
En wij? Wij kijken toe. Met een glimlach. En een schone doek.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
