“Ze is treinramp.”
Zo’n zin gooi je niet zomaar in een interview. Maar René van der Gijp doet het wél. En dan nog over Lale Gül, die zichzelf momenteel lijkt te verwarren met een mix van Baudet in opstand en Gouden Kalf-drama.
Het begon als een soort media-coming-out: Gül, vol vertrouwen, deelt dat ze naar het ziekenhuis moest – vanwege de druk, het geweld, de haat. Noble intentie, menselijk zelfs. Maar dan? Komt de tegenwind, en in plaats van inzicht: tegenfeuer. Harder. Scherper. Steeds iemand anders op de korrel.
En dan komt Van der Gijp, de man die weet wat het is om decennialang pal in de schijnwerpers te staan met een fles bier in zijn hand, en zegt: “Het wordt nu een treinongeluk.” Niet gemeen. Niet onterecht. Gewoon: nuchter.
Want daar draait het om in de media: je mag je verhaal vertellen, maar niet iedereen die het niet met je eens is, is een haterslurf. Als je elke kritiek afstraft als persoonlijke aanval, dan word je geen held – je wordt een echochamber met make-up.
Lale Gül wil gezien worden, begrepen, gehoord. Terecht. Maar moet je dan iedereen die twijfelt uitschreeuwen tot het tegenovergestelde gebeurt? Van empathie naar ego, in drie tweets.
Media zijn geen therapiestudio. Ze zijn een glazen huis. En als je gooit, moet je weten: er liggen al genoeg scherven op de grond.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
