Hij zit al sinds 2012 in Den Haag. Ziet de media evolueren. Ziet de angst groeien. En toch: Mohammed blijft scherp. Niet als outsider. Maar als iemand die weet dat je verantwoordelijkheid draagt als je in de kamer zit waar over media wordt beslist. “Daarom wil ik weten: wat doen we hier nou eigenlijk?” zegt hij. En dat is geen retorische vraag. Dat is een roep om zin.
Want elke keer als er wordt gedepeerd over mediabeleid, klinkt het alsof het debat gisteren al had moeten plaatsvinden. Terwijl de wereld alweer verder is. Terwijl jonge mensen al jaren in een andere realiteit leven. En dat is precies wat Mohammed doet: hij kijkt door de ogen van zijn kinderen.
Hij leert van hen. Niet uit rapporten. Niet uit lobbygesprekken. Maar uit de stilte die valt als een app hun aandacht opeist. Uit de manier waarop ze scrollen. Uit wat ze wel en niet serieus nemen. En daaruit concludeert hij: het is voorbij met ieder voor zich. De oude strategie – de ene partij tegen de andere – werkt niet meer. Want de uitdaging is niet politiek. De uitdaging is menselijk.
Want wie bepaalt wat waar is? Wie beschermt de jonge geest tegen manipulatie? Wie zorgt dat kinderen niet opgroeien in een wereld van algoritmes zonder kritiek?
Mohammed ziet het. Niet als bedreiging. Maar als roep. En als politicus met een achtergrond die weinig anderen hebben, voelt hij de plicht om niet alleen mee te debatteren – maar vooruit te lopen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
