Arjen Lubach denkt dat hij doorbreekt in Amerika. Screenshotjes van The New York Times in de hand, alsof hij net de Pulitzer heeft gewonnen. “Kijk, ze noemen mij!” roept hij bijna vanaf het digitale schoolplein. En ja, lief hoor – maar moet je daar nu echt zo trots op zijn?
Want hier, in Nederland, kijkt er amper nog iemand. Zijn programma op RTL 4? Een rustige kabbel in een tijdperk van storm. En dan denkt hij: hop, een vermelding ergens in een culturele round-up van een Amerikaanse krant, en plots ben je de nieuwe Jon Stewart?
Het is niet doorbraak. Het is zelftroost met een internationale vlag. Alsof je een kaarsje aansteekt bij Sinterklaas en denkt dat je de kerstmarkt van Straatsburg hebt veroverd.
Hij zoekt erkenning waar het nog kan – buiten Nederland. Maar een naam in een lijstje over ‘European satire that exists’ is nog geen wereldfaam. Het is meer een SOS-signaal met een glimlach.
Als je hier steeds minder zichtbaar wordt, dan pak je wat je krijgt. Maar laten we niet doen alsof dit een comeback is. Het is een compensatie. Een digitale knuffel van een land dat hem amper kent.
En Marco Borsato komt terug via Sergio Herman? Nou, Arjen komt terug via een hyperlink. Beiden weten waar de makkelijke deuren zitten.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
