500.000 programma’s. Een getal dat klinkt alsof het een triomf is. Alsof Beeld en Geluid met één druk op de knop de Nederlandse cultuurgeschiedenis heeft gered uit de digitale vergetelheid. Eppo van Nispen spreekt van ‘zeuren, zuigen en trekken’. Alsof het een bevrijding was. Alsof we nu eindelijk toegang hebben tot het ware erfgoed. Maar wie is er nou echt blij mee?
Ik zal je vertellen wie: niemand. Geen kijker, geen student, geen historisch instituut. Want toegang is geen waarde, als niemand er iets mee doet. Die 500.000 programma’s zijn niet gecatalogiseerd, niet gedistribueerd, niet gepromoot. Ze liggen daar – online – als een digitale berm vol metadata. Een archief dat geen publiek heeft, geen doel, geen businesscase. Het is alsof je een museum opent zonder licht, zonder bordjes, zonder bezoekers.
En dan het tijdstip: precies nu, terwijl Mark Koster in Studio Ego de publieke omroep uitriemt als een dinosaurier zonder adem. Dan komt Beeld en Geluid plots met een project dat klinkt alsof het uit 2005 komt. Niet uit 2025. Alsof het antwoord op irrelevante kritiek is: ‘kijk, we hebben nog meer oude dingen staan’. Maar relevantie wordt niet herwonnen met opslag. Het wordt verdiend met impact.
Waar is de ROI in deze collectie? Wie betaalt voor de hosting, de onderhoud, de curatie? En wie profiteert ervan? Zeker, het is mooi dat oude VARA-uitzendingen nu online staan. Maar wie zoekt ze op? Welk platform promoot ze? Is er een algoritme dat zegt: ‘als je dit kijkt, wil je dat misschien ook zien’? Nee. Het is een eenzame digitale bunker, gebouwd door mensen die denken dat cultuur bestaat uit opslaan, niet uit delen.
Market Outlook: Archiveren is geen strategie. Het is een verdediging tegen het heden. En wie zich alleen kan beroepen op het verleden, heeft de toekomst al verloren.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
