Stel: je hebt Wesley Sneijder, de gebroeders De Boer, John van ’t Schip, Richard Witschge en Kenneth Perez niet in een luxueuze studio of op een gala, maar op een onbewoond eiland. In Speedo’s, met bananenbomen als erehaag en een bal die harder rolt dan hun jeugdherinneringen. Geen VAR, geen sponsors, geen microfoons – wel Kevin Blom als ex-ref en Frank Evenblij als spelleider. Dit is geen droom, dit is *Football Island*, en het is geniaal gecast.
Ik dacht eerst: *nog een oude-heren-voetbalshow met gekke truitjes en padelspelletjes?* Niks ervan. Dit is Expeditie Robinson met een voetbalhart, een vleugje Amsterdamse nonchalance en een dosis harde realiteit. Geen acteurs, geen scripts – wel elf mannen die ooit de wereld rond waren, en nu met elkaar vechten om overleving, eer en een beetje rust van de zalm. Want ja, wie verliest, eet zand. Letterlijk.
Stijn Ouwehand, de brein achter het format, heeft iets gemaakt dat op het eerste gezicht luchtig lijkt – maar onderhuids knalt. Want wat gebeurt er als je voetballers die gewend zijn aan vip-lounges en privéjets, in een hutje op de Dominicaanse Republiek zet? Ze worden mensen. Echte. Geen highlights, geen praatjes – wel vuur maken, vis vangen en reflecteren. Over offers, over verlies, over wat het allemaal heeft gekost. En ja, ook over Cruijff. En Van Hanegem. En de tijd dat Witschge nog moest kiezen tussen Ajax of Feyenoord – en dat deed hij verkeerd, volgens Obiku.
De humor? Puur. De spanning? Echt. Deze mannen zijn niet hier voor een biertje op het strand. Ze zijn bloedfanatiek. Sneijder scoort een hattrick alsof hij terug is in Milaan, Babel sprint alsof hij nog moet scoren tegen Portugal – en dan gebeurt het: Tom Beugelsdijk, de cultheld in Speedo, wordt in zee gedumpt. Niet door een tackle, maar door vijf oude vrienden die als één man wegrennen. Geintje. Kwajongens. Maar precies daarom is het mooi: dit is kleedkamerhumor, rauw en ongefilterd. En wij mogen meekijken.
Wat ik waardeer? Geen clickbait, geen geforceerde drama’s. Wel een serie die weet wat ze is: adventure met voetbalhart, gemaakt door mensen die de sport écht snappen. Southfields en SimpelZodiak hebben hier iets gemaakt dat werkt – niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Want stel: een Britse editie met Vinnie Jones en Wayne Rooney? Een Braziliaanse met Ronaldinho en Romário? Cricket Island in India? De gedachte doet pijn van geilheid.
Maar wees eerlijk: het gaat hier niet om de prijs. Het gaat om de eikels, de kameraadschap, de gesprekken bij het vuur. Over wat het betekent om ooit de beste te zijn – en nu te vechten om een slaapplaats op een matras. En dan zegt Jan van Halst, na een nederlaag: “Hoofd buigen, wonden likken, klaar maken voor de volgende battle.” Dat is geen quote. Dat is een levensfilosofie.
Football Island is geen light-uitgave van Robinson. Het is beter. Omdat het écht is. Omdat het pijn doet. En omdat je, net als ik, na afloop denkt: *ik wilde dat ik daar was geweest. Al was het maar voor één avond, één wedstrijd, één biertje zonder alcohol – want die jongens drinken niet. Ze moeten morgen weer presteren.*
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
