‘We willen landen in een luchtballon.’ Niels van Baarlen herhaalt het met een mengeling van verbazing en amusement. Alsof hij elk jaar opnieuw moet bedenken: tot waar kunnen ze gaan? En dan, alsof het een logisch vervolg is: ‘En in de kleedkamer moeten schone Calvin Klein-onderbroeken liggen. Vers. Niet gedragen.’
Niet één setje. Meerdere. Want wie weet hoeveel keer je tijdens een optreden je innerlijke kracht moet bijwerken met een fris slipje?
Het is bijna schattig, zo belachelijk. Een man of vrouw dat denkt dat het verschil tussen een gewoon optreden en magie ligt in het merk van het ondergoed. Alsof ze op het podium gaan staan en denken: ‘Zolang mijn boxers fris zijn, kan ik alles.’
Maar goed, backstage bij 538 Koningsdag is geen plek voor nuchterheid. Het is een paralleluniversum van egomanie, verlangens en onverwachte logistiek. De luchtballon? Afgeblazen vanwege veiligheid. De onderbroeken? Uiteraard verzorgd. Want als je al 40.000 mensen in oranje laat dansen op een plein, dan mag één artiest wel zijn ritueel hebben.
En misschien is dat wel het hart van het festival: alles draait om schijn. Schijn van vrijheid, van feest, van spontaniteit. Terwijl alles tot in de kleinste slipdetail geregeld is.
Maar hé, zonder die gekkigheid zou het ook geen Koningsdag zijn. Gewoon een middag waarop Nederland zichzelf uitschreeuwt – met een beetje glitter, een hoop bier, en een stapel Calvin Kleins die niemand ziet.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
