Ze zingen in Bristol alsof ze daar zijn geboren. Dansen in Londen alsof ze nooit anders deden. En niemand vraagt: ‘Waar komt dat accent vandaan?’ – want er is geen accent. Alleen kracht. En een dosis gekke ambitie die je blijkbaar gewoon in Nederland leert.
Vajèn van den Bosch, nu in *The Greatest Showman* in Bristol, is geen uitzondering. Ze is het bewijs. Want wat doen wij hier al die tijd? Denken dat musicals iets zijn voor zondagmiddag op de bank, terwijl onze jongeren gewoon de wereld overnemen – zonder poespas, zonder lobby, met alleen een stem die snijdt en een werkethiek uit beton.
Harde werkers, durven te dromen – ja, dat klinkt als een slogan van een middelbare school, maar het is gewoon waar. Want niemand uit Nederland staat zomaar op een buitenlands podium. Daar hoor je eerst tien jaar te dansen op hakken die je kapotmaken, zingen tot je stem kraakt, en auditie na auditie doen terwijl je van biologische patat leeft.
Maar zij doen het. En dan niet als exotische curiositeit, maar als gelijkwaardige. Geen ‘oh, leuk, een Nederlands meisje’, maar gewoon: ‘Ze is goed.’ Punt. Geen verhaal nodig, geen prinsesje, geen Oranje.
Misschien is dat wel het mooiste: dat ze niet opvallen als buitenlanders, maar als artiesten. Dat hun paspoort er niet toe doet, maar hun timing, hun ziel, hun vermogen om je hart te breken met één noot.
En dan denk je: waarom exporteren we nog steeds kaas? We zouden gewoon een lijntje moeten trekken van Utrecht naar Broadway – en iedereen erop zetten die durft.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
