“Het kan raar lopen.”
Rob Verlinden zegt het zacht. Alsof hij bang is dat het hardop zeggen het echt maakt. Alsof de dood nog luistert. En misschien doet die dat ook. Want terwijl zijn oud-collega’s – Manuëla, met haar zonlach, en Nico, de vaste steun – al jaren weg zijn, staat hij daar. 75. Nog steeds met die stem die ooit iedereen geruststelde over compostering en schuttingen, en nu? Nu vraagt hij zich af: waarom ik nog?
Er is niets dramatisch aan zijn toon. Geen zelfmedelijden. Geen roep om aandacht. Het is gewoon een constatering. Iedereen is dood. Behalve ik. En dat is misschien wel het meest menselijke wat je kunt zeggen over ouder worden.
Manuëla, overleden na een scooterongeluk. Nico, rustig weggezakt. En Rob? Die slipt door de tijd alsof hij vergeten is hoe. Hij zegt niet dat hij bang is. Maar je hoort het wel. In de stilte. In de manier waarop hij “raar” zegt – alsof het lot een grap met hem uithaalt.
Vroeger gaf hij advies over buxus. Over waterdoorlatendheid. Over wat je wel en niet moet doen in je tuin. Nu is hij zelf de tuin. De overblijvende plant. Die nog bloeit, terwijl de rest is afgeknotten.
En toch. Er is geen bitterheid. Alleen verwondering. En misschien, heel diep, een beetje schuld. Omdat overleven ook verlies is.
Rob, jij bent geen tuinman meer. Jij bent het verhaal. En dat is belangrijk. Zolang er iemand is die zich herinnert, is er niets echt dood.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
