De NPO overweegt een ‘gekuiste’ versie van *Land van Johan*. Mijn oordeel: wie redigeert op last van de politiek, verdient geen publieke ruimte.
Martin Bosma gooit weer een steen, minister Letschert veegt netjes op. Maar niemand stelt de harde vraag: waarom overweegt de NPO überhaupt een aangepaste versie? Dit is geen kwestie van beleid, dit is lafheid in een pakketje programmering. Eddy Terstall maakte een film. Die is er. Of je zendt die uit, of je doet het niet. Maar een ‘lichtere’ variant? Alsof je een operatie aanpast omdat de patiënt bang is voor bloed.
De NPO denkt dat aanpassen verantwoord is. Ik noem het capitulatie. En het is niet alleen een belediging voor de maker, maar voor de kijker. Die is niet gek. Die ziet dat er wordt geknipt – en stapt af. Ondertussen ziet RTL hoe het moet: geen gefriemel, geen excuses. Je koopt of je laat liggen. En Videoland positioneert zulke films als *must-watch*, met een prijskaartje dat past bij de tijd. Maar de NPO? Die zit gevangen tussen subsidieverantwoording en sensibiliteit, alsof je een kunstwerk kunt optimaliseren voor het gemiddelde IQ van de Kamer.
Wie vreest voor politieke wind, moet stoppen met programmeren. De tijd van ‘aangepaste realiteit’ is voorbij. Het publiek wil inhoud, geen compromis. En wie dat niet begrijpt, verdient ook geen plek in het scherm – of in de staatskas.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
