Een voormalige mengvoederfabriek in Veghel. Geen glanzende studio, wel een cultuurhotspot met bakstenen ziel. Daar verzamelden zich op een ochtend de journalisten van de dertien regionale omroepen. Niet om te concurreren, maar om te kijken: wie zijn wij eigenlijk? En vooral: hoe onafhankelijk zijn we echt?
Het Regiohelden Festival, vijfde editie, georganiseerd door Omroep Brabant, had één centrale vraag: *Hoe neutraal ben je als journalist?* Een confronterende opening, want niemand durft het hardop te zeggen – maar iedereen weet het: we zijn allemaal verslaafd aan ons eigen gelijk. Filosoof Lammert Kamphuis zette het mooi op papier: “We denken neutraal te zijn. Maar we zijn gewoon mensen.” En mensen hebben vooroordelen. Mensen hebben blinde vlekken. En mensen – ook journalisten – zoeken bevestiging, niet verrassing.
Hij gaf vier tips. Niet dramatisch, niet revolutionair – gewoon nuchter. Beschrijf feiten, niet sfeer. Wees bewust van je eigen reactie. Let op je woordkeuze. En… speel eens. Ja, speel. Want wie plezier heeft, denkt vrijer. En dus kwam het rumoerige overleg waarin journalisten serieus voorstelden om songteksten van Taylor Swift in presentaties te verwerken. Of een artikel te schrijven waarvan de eerste letters een geheime boodschap vormen. Lachen? Ja. Maar onder die lach zat iets ernstigs: we zoeken manieren om los te komen van het stramme, om weer creatief te zijn in een tijd van polarisatie en wantrouwen.
Want dat is het echte probleem. Niet dat journalisten partijdig zijn – maar dat het land in bubbels zit. En die bubbels zijn hard. Josse de Voogd legde het bloot: Amsterdam denkt dat het Nederland is. Terwijl het juist het minst Nederland is. En het platteland? Dat denkt hetzelfde over zichzelf. En intussen wonen de machtigen in wijken waar woningnood en migratie geen dagelijkse realiteit zijn. Dus nee, ze *snappen* het niet. En wie niks snapt, kan ook niemand serieus nemen.
Maar dan is er RTV Oost. Die won niet één, maar vijf Regiohelden Awards. Onder meer voor *25 Jaar Vuurwerkramp*, een project dat niet alleen herdenkt – maar verbindt. Met podcastwandelingen, QR-codes in de stad, persoonlijke verhalen van hulpverleners. Geen analyse van buitenaf. Maar aanwezigheid. Empathie. En vooral: tijd. Want daar gaat het om. Niet om neutraliteit als afstand – maar om journalistiek als betrokkenheid.
Ook de andere winnaars spraken boekdelen. Een podcast over het verlies van een vader (Omroep Brabant). Een jonge journalist die daklozen een stem geeft (Rijnmond). Een documentaire over een verborgen oorlogsverleden (RTV Oost). Allemaal geen sensationele onthullingen – maar verhalen die raken. Omdat ze dichtbij zijn. Omdat ze *ergens* over gaan.
De grote vraag bleef: hoe kom je als journalist in dat midden? Hoe luister je écht? Kamphuis zei het: word perspectivistisch lenig. Niet meebewegen met alles – maar je bewust zijn van je eigen positie. En van je verantwoordelijkheid.
Want journalistiek begint niet waar de camera staat. Die begint waar je zelf ongemak voelt. En dat voelde je gisteren in Veghel. Tussen de bakstenen, de lachers, de speelse suggesties – voelde je ook de plicht. Niet om alles te zien. Maar om eindelijk eens écht te kijken.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
