Het kabinet schraapt een deel van de bezuinigingen op de publieke omroep. €45 miljoen extra — alsof dat een oplossing is. Alsof je met een bedrag ter grootte van drie seizoenen van *De Luizenmoeder* een structureel zinkend schip kunt herstellen. Minister Letschert presenteert het als moed, als inzicht, als verantwoord beleid. Maar laten we duidelijk zijn: dit is geen keuze voor kwaliteit. Dit is een paniekreactie op een systeem dat allang geen doel meer heeft, alleen nog een budget.
De NPO ontvangt extra geld, terwijl de kijkcijfers dalen, de doelgroep vergrijst, en de content steeds vaker klikt op YouTube in plaats van op de startpagina van NPO.nl. En toch — er wordt geschaald. Niet in efficiëntie, niet in innovatie, maar in subsidie. Want wie zorgt ervoor dat de Nederlandse stem blijft bestaan? Niet de markt. Niet de kijker. Niet de data. Nee — de staatskas.
Maar waar gaat dat geld naartoe? Naar meer programma’s? Nee. Naar betere programma’s? Twijfelachtig. Naar meer mensen achter schermen, meer redacties, meer vergaderingen over ‘maatschappelijke relevantie’ — terwijl niemand nog weet wat dat betekent in een tijd waarin een tiener al zijn nieuws haalt uit een TikTok-algoritme dat hem nooit heeft gehoord van de NOS.
De ironie? Het kabinet schenkt geld alsof het een gunst is, terwijl het eigenlijk een schadevergoeding is. Voor ouderdom. Voor traagheid. Voor een systeem dat weigert te accepteren dat publiek niet synoniem is met publieksfinanciering.
Want in de echte wereld — de wereld van ROI, van schaal, van aandacht — is geen ruimte voor sentiment. En zeker niet voor een omroep die nog steeds denkt dat ‘verdieping’ iets is wat je in een studio uitzendt, in plaats van iets wat je in de markt moet verdienen.
€45 miljoen. Genoeg om een paar jaren door te scharrelen. Niet genoeg om te overleven.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
