Het kabinet ziet ‘geen aanleiding’ om de vergoeding voor openbaar vertonen van WK-wedstrijden af te schaffen. Alsof het een technische kwestie is, een regeltje in een ministerieel besluit. Alsof het gaat om lichtintensiteit van straatverlichting, in plaats van om de ziel van het volksspel.
Maar laten we duidelijk zijn: dit is geen discussie over copyright. Dit is een keuze tussen cultuur en commercie. En het kabinet kiest — zoals altijd — voor de rekening. Want ja, een café moet betalen om een wedstrijd te vertonen. Een gemeente moet betalen om een scherm op het plein te zetten. En de consument? Die betaalt uiteindelijk dubbel: eerst met belasting, dan met biertje.
En waarom? Omdat de rechten — die miljarden waard zijn — in handen zijn van een systeem dat niet van Nederland is, niet voor Nederland werkt, en zeker niet van plan is om ‘gratis toegang’ te schenken aan een land dat ‘s avonds graag samen kijkt’. FIFA, UEFA, IMG — ze kijken niet naar gezelligheid. Ze kijken naar ROI. En een vol plein is voor hen geen moment van verbondenheid, maar een ongemelde conversie.
Maar het kabinet? Dat kijkt naar de regels. Naar de wet. En zegt: ‘We kunnen niet ingrijpen.’ Alsof staatssteun voor een voetbaltoernooi erger is dan staatssteun voor een luchtvaartmaatschappij. Alsof solidariteit in de sport niet meetelt, zolang het geen KPI is.
De ironie? Nederland organiseert festivals, subsidieert kunst, en bouwt infrastructuur voor evenementen — maar zegt nee tegen een scherm op het stadhuisplein, omdat een Duitse rechtenhouder zegt dat het moet worden vergoed.
Een nationaal elftal speelt niet voor een sponsor. Maar het kabinet handelt alsof dat wel zo is.
En zo blijft de vraag hangen: wie bezit eigenlijk het gevoel van samen?
Zolang het antwoord ‘een licentiebureau in Zürich’ is, is de wedstrijd al verloren.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
