“Daarmee diskwalificeer je gewoon gelijk iemand.”
Zo sprak Jesse Klaver. Rustig. Zonder schreeuwen. Zonder camera’s nodig. En toch was het een van de belangrijkste zinnen van de avond. Want op het moment dat Johan Derksen, met zijn stoere-jongenslach, Zita Pels ‘k*twijf’ noemde, was het Jesse die opstond – niet letterlijk, maar wel moreel.
Het was geen moment van politieke strijd. Het was een moment van menselijk fatsoen. En daarom raakt het. Omdat het niet ging om partijkleur, maar om waardigheid. Omdat een vrouw, gewoon haar werk doend, ineens werd weggehoond met een scheldwoord uit een tijd waarin mannen dachten dat dominantie gelijk was aan charisma.
Johan, met z’n eeuwige onschuld, denkt misschien: ‘Ach, het was maar een mop.’ Maar mop of niet – woorden hebben gewicht. Zeker als ze gericht zijn op een vrouw in de politiek, die al twee keer harder moet werken om serieus genomen te worden. En zeker als de man die het zegt, al jaren profiteert van een cultuur waarin ‘brutaal zijn’ hetzelfde is als ‘interessant zijn’.
Jesse, lang, groen, en plots de stilste man aan tafel – totdat hij sprak – deed iets wat veel te weinig wordt gedaan: hij stelde de norm. Zonder agressie. Zonder haat. Gewoon: dit doen we hier niet.
En daarom noem ik hem nu niet de leider van een partij. Ik noem hem de fatsoensrakker van de avond. Want het is makkelijk om mee te lachen. Maar moedig? Dat is ingrijpen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
