Een man van 75, in een blauwe pyjama, op een bank. Niet in bed, niet in de ziektewet, maar op een podium. Peter Jan Rens, ooit de gouden jongen van de Nederlandse televisie, kiest nog altijd voor de kleur die hem ooit beroemd maakte – en voor de rol die niemand hem vroeg: die van de onverbeterlijke outsider.
Hij zegt het ronduit: ‘Het interesseert me niet hoe mensen over mij denken.’ Maar wél over wie? Want wie denkt er nu nog over Peter Jan Rens? De jongere generatie kent hem niet, de oudere schudt meewarig het hoofd. Hij is geen comeback, hij is een running joke met een hart van pyjama-stof.
Trouwens, dat blauwe pak is geen modegril. Het is een overblijfsel van een tijd dat showbizz nog leek op kaboutertheater: iedereen kende elkaar, iedereen had een rol, en als je die rol te lang speelde, werd je er zelfs écht van. Peter Jan speelde de vrolijke gastheer, de charmante gek, de man die altijd wel ergens binnenviel. En nu? Nu valt hij nog steeds binnen – bij het leven, bij het publiek, bij de misère.
Want ja, hij zegt het zelf: zijn leven is een puinhoop. Relaties stukgespeeld, zaken mislukt, vrienden verloren. Maar hier ligt net het probleem: hij ziet het als een bekentenis, wij als een patroon. Hoeveel keer moet een man in pyjama nog op een bank ploffen voor we begrijpen dat het geen comeback is, maar een herhaling?
Prime Video zou er een seizoenslang drama van kunnen maken – geniaal gecast, overigens, want wie anders speelt Peter Jan Rens beter dan Peter Jan Rens zelf? Maar dan wel met een twist: elk aflevering eindigt met dezelfde vraag: ‘Waarom blijf je staan?’
Omdat hij denkt dat het om hem draait. Terwijl het al jaren om de show draait. En de show is nu eenmaal: hoe lang duurt het voordat iemand de stekker eruit trekt?
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
