En dan dacht de hele media: “Shit, eigenlijk wel goed nieuws.”
Johan der Berg – ja, die van de stem, de overgave, de onverwoestbare glimlach in tijden van nationale downer – is terug. Gezonder. Fitter. Bijna weer zichzelf. Alsof Nederland een nationale zucht van verlichting slaakt: de man die ons sinds 1984 via de radio wakker maakte, staat weer op eigen benen.
Maar wacht. Is het wel alleen over Johan? Of is het over ons? Over hoe hard we vasthouden aan figuren die iets symboliseren – stabiliteit, continuïteit, een stem die zegt: “Dag Nederland, goedemorgen”? Johan was nooit gewoon een nieuwslezer. Hij was het anker. De constante in een wereld waarin alles kraakt. En toen hij verdween, voelde het alsof de wekker uitviel.
Maar hier is de vraag: waarom juichen we zo hard als iemand terugkomt, terwijl we hem jarenlang gewoon aanwezig vonden? Alsof zijn stem een natuurverschijnsel was, net als regen of een files op de A2. Pas als het weg is, beseffen we hoe hard we het misten.
Johan mag terug. Of niet. Maar laten we stoppen met doen alsof presentatoren onverwoestbaar zijn. Ze zijn mensen. Met hoofdpijn, met zorgen, met een hart dat stopt of juist weer aanslaat. En misschien is dat juist het mooiste: dat hij terugkomt, niet als mythe, maar als mens.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
