Eerst dacht je: ja, voetbal, bier, supporters, drama. Dan denk je: regen, verlet, vloeken. Maar niemand rekent op de echte vijand: een larve. Nee, geen felle aanvaller, geen blessure, maar een klein, glibberig beestje dat onder het veld woont. En in Denemarken is die larve nu de baas.
Spelers van Viborg FF, Deens profvoetbal, kijken tegen een muur aan – of nou ja, tegen een veld vol langpootlarven. Die groeien massaal in het gras, maken het onbegaanbaar, en zorgen ervoor dat je meer uitglijdt op larven dan op de tegenstander. “De situatie is erg vervelend,” zeggen de spelers. Alsof ze tijdens de warming-up een documentaire over modderleven verwachten in plaats van een wedstrijd.
Je ziet het al voor je: spits rent aan, wil een mooie slippass, en glijdt uit over een laagje larvenziekte. Scheidsroep: “Geen overtreding, dat was entomologisch onvermijdbaar.” En in de kleedkamer? Geen strategie, maar insecticidetips.
Maar serieus: wie had gedacht dat de grootste dreiging voor het voetbal niet VAR, maar een mug met ambitie is? En dat de strijd tegen klimaatverandering ook eigenlijk een strijd tegen larvenmassa’s is?
Ik zeg het maar even: als je ooit denkt dat je het zwaar hebt op het werk, bedenk dan: deze jongens moeten trainen op een veld dat voelt als een slijmexperiment.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
