Stel je voor: je bent dronken, je zit in het theater, je hebt een trui om je kont in plaats van om je schouders, en opeens staat Hans Teeuwen – die man met het gezicht van een verbitterde engel – naar je te wijzen. “Jij. Buiten.” Nee, geen scène uit een comedyfilm. Dit is echt gebeurd. En ik zeg: eindelijk.
Teeuwen, 59, nationaal schatbewaarder van het onaangepaste, heeft voor het eerst in zijn carrière mensen uit de zaal gezet. In Breda. Waar men normaal gesproken al dronken is vóór het voorspel. Maar dit ging te ver. Een trui om de rug? Alsof je denkt: ik ben een rugzak op vakantie. Alsof je denkt: mode is rebellie. Nee, schat, mode is kleding. En kleding draag je aan.
Hij speelde *De laffe verlosser* – toepasselijk, want wie laf is, zoekt bescherming in alcohol en een verkeerd geknoopt vest. Maar Teeuwen is geen therapeut. Hij is geen barmeid. Hij is een cabaretier. En als jij klikt op ‘aanwezig’ terwijl je ruikt naar jenever en een midlife crisis, dan mag je niet klagen als je plots in het Bredase nachtleven staat, zonder trui, zonder waardigheid.
Ik hoor al: ‘Maar Carla, moet je niet tolerant zijn? Het is maar lol?’ Nee. Het is respect. Jij betaalt voor een kaartje, hij brengt ziel, zweet en sanctie. En jij denkt: ik kom als een wandelende Ikea-fout binnen. Dan verdien je geen applaus. Dan verdien je een uitnodiging van het podium: “Fijne avond, maar de deur weet het.”
Als cabaret ooit serieus wil worden genomen, dan moet het publiek dat ook worden. Dus ja, Hans: zet ze weg. Zet ze allemaal weg. Behalve als ze nuchter zijn en hun truien goed zitten. Of als ze een betere reden hebben.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
