Het is inmiddels een ritueel dat bijna net zo heilig is als zondagmiddag thee met een koekje: als ome Ron en tante Els uit Zeeland terugkeren van een bezoek aan pa in Den Haag, dan is een tussenstop bij Carla en Maurits in Laren verplicht. Geen korte groet, nee, het is een volwaardige etalage van gastvrijheid, compleet met een vleugje rookgeur uit de nieuwe bbq.
Carla merkte op dat de rookkrans boven de tuin hing als een wolk uit een ongevraagde advertentie voor mannelijke dominantie. Ze vond het allemaal een beetje té Zuidas, maar moest toegeven dat de geur onweerstaanbaar was. Zelfs tante Els, die al meer dan tien jaar vegetarisch leeft sinds ze een documentaire over varkens heeft gezien, kon niet weerstaan. Ze pakte er een, keek er verontschuldigend naar omhoog, en smulde. Vreselijk esthetisch verantwoord was het niet, maar de mens is nu eenmaal zwak voor vet en rook.
Maurits, zag dit als een overwinning. Voor hem is een barbecue niet zomaar een stuk metaal met gloeiende kooltjes, nee, het is een statement. Een symbool van controle, van uitstraling, van het feit dat een man van zijn kaliber weet hoe hij moet optimaliseren. Deze nieuwe BBQ, met drievoudige roosterregeling en een ingebouwde smokerfunctie, is volgens hem net zo belangrijk als een goed horloge of een pak van Canali. “Schatje, dit is geen grill, dit is een performance machine,” verklaarde hij trots, terwijl hij met een zilveren vleesvork een kluifje omkeerde alsof het een kunstwerk was.
Carla snoof, net even te luid. “Liefje, als dit ding in mijn tuin moet blijven staan, dan mag het alleen als het in de kleur van het terracotta komt. En dan nog: het ziet eruit alsof het uit de tuin van een makelaar uit Amstelveen komt.” Ze gebaarde naar het zilveren gigant, alsof het een onwelkom stuk design uit de kringloop was.
Maar toen Maurits haar liet proeven van de kluifjes, met die speciale smokelaag en een glanzende marinade die hij – natuurlijk – zelf had ontwikkeld op basis van een geheime formule (lees: bier, honing en een snufje jalapeño), veranderde haar gezichtsuitdrukking. Ze kauwde langzaam, alsof ze een wijnproeverij analyseerde. “Oké,” zei ze uiteindelijk, “het is vreselijk, maar… ik moet toegeven dat het vreselijk goed is.”
Daarmee was het beslist. De BBQ blijft. Niet omdat hij mooi is – want esthetisch verantwoord is hij allerminst – maar omdat hij werkt. En soms, in het huishouden van Carla en Maurits, is succes gewoon de geur van kipkluifjes die zo verleidelijk roken dat zelfs een vegetariër zijn principes laat varen.
Wat denk je? bekijk het hier
