Als Brabantia zegt dat ze geen spullen maken om weg te gooien, dan moet je dat niet lezen als een missieverklaring. Lees het als een noodgreep.
Tijn van Elderen, CEO met de stem van iemand die nog nooit een Black Friday-uitverkoop heeft aangezien als kans, durft het hardop te zeggen: wij kiezen voor levensduur. Alsof dat nog een differentiatie is in 2024. Alsof een emmer die dertig jaar meegaed nog verbazing wekt. Het is geen statement van grootheid — het is een overlevingsstrategie in een markt die volledig is vergiftigd door de prijs.
Want laten we even duidelijk zijn: niemand in de consumptiewereld *wilt* duurzaamheid. Ze *moeten*. De consument koopt op prijs, de retailer drukt op margin, en de wetgever zet het mes op de keel. Brabantia staat nu tussen die drie krachten in — en kiest voor de enige troef die nog rest: geloofwaardigheid. Maar geloofwaardigheid is geen marketing, het is een kostenpost. En daar zit de kneep.
Hoe verkoop je een afvulbak van 49,95 als concurrenten die voor 24,95 dumpen via een Duits filiaal in Polen? Door te zeggen dat hij tien jaar meegaat? Mooi. Maar wie controleert dat? De consument? Die is allang vergeten hoe hij de emmer kocht als hij een nieuwe nodig heeft.
Nee, Brabantia speelt een ander spel. Ze bouwen een merk dat net genoeg emotionele waarde creëert om boven de prijsruimte uit te stijgen. Niet met campagnes, niet met influencers — maar met een garantie die je niet kunt omkopen: tijd. En daar zijn mensen blijkbaar bereid meer voor te betalen. Voorlopig.
Maar laat me niet lachen met ‘lange levensduur als statement’. Het is geen statement. Het is het enige wat nog rest als je geen prijsvechter wilt worden. En wie dat nog niet snapt, verdwijnt — niet met een klap, maar met een zucht van verlichting bij de recycling.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
