Ik zat net thee te drinken, toen Dries Roelvink ineens op TV schreeuwde dat het Songfestival niet meer bij AvroTros mag. Alsof het een bak friet is die verkeerd is besteld.
Hij vindt dat de NOS het weer moet doen. Omdat AvroTros dit jaar geen act stuurt. En omdat Israël er wel bij zit. En dat voelt blijkbaar niet goed.
Maar Dries, schat, jij bent toch ook geen NOS-man? Jij zingt over liefde, verdriet en schuren bij de kerk. Niet over mediastrategie.
Toch snap ik het wel. Het Songfestival is als de kerstboom: iedereen wil ‘m in de eigen huiskamer. Maar als hij eenmaal staat, roepen ze: “Wie heeft die daar neergezet?”
AvroTros doet het dit jaar rustig aan. Geen Nederlandse act. Gewoon kijken. Net als de buurvrouw die ook niet meedoet aan het dorpsfeest, maar wel achter de gordijnen staat.
Maar nee, Dries wil actie. En de NOS terug. Alsof zij de redder in nood zijn. Terwijl die ook gewoon mensen in een hal zetten en zeggen: “Zing maar.”
Het is allemaal veel simpeler dan wij denken. Niemand wil het Songfestival echt. Tot het begint. Dan schreeuwen we allemaal: “Waarom zitten wij er niet bij?”
Alsof het leven ervan afhangt. Terwijl we gewoon bang zijn voor stilte. En voor een leeg scherm.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
