167 miljoen. Een bedrag dat klinkt alsof het genoeg is voor een leven op Zuid-Frankrijk – maar in de wereld van de publieke omroep is het een noodkreet met een btw-nummer. De Ster, de verkooporganisatie die ooit de financiële spier van de publieke zender moest zijn, ziet zijn opbrengsten inkrimpen als een polyester trui in de droger. En terecht slaat men alarm – niet omdat het drama groot genoeg is, maar omdat de businessmodellen klein genoeg zijn om te sterven.
Men roept opnieuw op: laat commerciële partijen weer online reclame tonen. Alsof herhaling een businesscase maakt. Alsof je, door vaak genoeg te zeggen dat je failliet gaat, automatisch subsidie krijgt. Maar laat ik duidelijk zijn: dit is geen roep om hulp. Dit is een roep om proteïne. Want wat is de publieke omroep vandaag? Een product dat gratis is, zonder prijs, zonder markt, zonder klant. En in een kapitalistische economie is dat het ergste wat je kunt zijn: irrelevant.
De terugkeer van online reclame door derden lost niets op. Het is een pleister op een amputatie. De wereld kijkt niet meer op line-up, maar op algoritme. RTL, Videoland, Prime Video – zij bepalen de consumptie. Zij meten de secondes, de scroll, de retention. De publieke omroep kijkt naar het aantal kijkers dat ouder is dan 65. Geen doelgroep – een demografische error.
En toch: niemand wil het zeggen. De publieke omroep is geen culturele pijler meer – ze is een politieke lastpost. Gefinancierd door belastinggeld, gerund met sentiment, afgerekend met vertraging. De toekomst? Die zit niet in herstel, maar in herstructurering. Of men accepteert dat ze een niche-speler is geworden – of men accepteert de dood van de schaal.
Maar hou op met doen alsof reclame van derden de reddingsboei is. Het is een laatste rooksignaal van een organisatie die vergeten is hoe je wint: door waarde te leveren, niet door te bestaan.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
