Zonnepanelen. Elektrische auto’s. Plastic schroevendraaiers die in de kofferbak blijven liggen tot de garantie afloopt. Het is geen marktmeer, het is een overstroming — en Europa staat met een theelepel aan de dijk. Importheffingen, nieuwe regels, ‘lokale bescherming’. Mooi woordgebruik, maar achter de façade heerst paniek. En paniek is slecht voor strategie.
Want laten we niet doen alsof dit om fair play gaat. Het gaat om schaal. China produceert niet goedkoper — het denkt sneller, bouwt breder, en wint door volume. Terwijl Brussel nog overlegt over een circulaire economie, heeft Shenzhen al de volgende generatie accu’s in productie.
Europa reageert zoals oude managers reageren op jonge disruptie: met regels. Wetgeving als schild, heffingen als zwaard. Maar wie denkt dat hij een prijsverschil van 30% kan compenseren met een douanerecht van 25%, heeft nog nooit een ROI-berekening gemaakt. De consument kiest niet voor ‘lokale trots’. Hij kiest voor prijs — en prestatie. En daar, lieve heertjes in de Raad, ligt de pijn.
De echte vraag is niet of we moeten beschermen. De vraag is of we nog iets hebben om te beschermen. De zonnepaneelindustrie in Europa? Onder levensonderhoud. De EV-productie? Afhankelijk van subsidies, niet van efficiëntie. Wie op eigen industrie rekent, vergeet dat die industrie al jaren niet concurrerend is — en nu pas merkt dat de wereld is doorgedraaid.
Een slimme strategie zou zijn: neem over, upgrade, scale. In plaats van blokkeren, inkopen. In plaats van klagen, kopiëren. Maar Europa houdt van debatteren, niet van beslissen.
En dus? Dijken gebouwd met theelepels. En een markt die langzaam, maar zeker, overgenomen wordt door degene die wél rekent.
De toekomst is niet Europees. De toekomst is geïmporteerd — en goedkoop.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
