„Nee, ik ben nog niet dood, hoor.” Dat moest Bob van Helsdingen (93) deze week tegen vrienden, familie en minstens één verwilderde neef zeggen – nadat er online stond dat hij was overleden. Alsof hij in een Britse komedie zit waarin iedereen denkt dat de opa er is uitgefladderd, maar nee: Bob is er nog. Vechtend. Lezend. En vooral: zeer levend.
Het begon met een bericht online – zomaar, zonder waarschuwing. ‘Oisterwijk treurt: geliefde Bob van Helsdingen overleden.’ Geen telefoontje, geen rouwkaart, gewoon: digital dood. Alsof iemand op ‘delete’ had gedrukt op het leven van een man die nog gewoon zijn ochtendkoffie drinkt, zijn krant leest en zich afvraagt waar al die bloemen voor zijn.
„Waar halen jullie die onzin vandaan?” roept hij – terecht. Want wie schrijft er nou zomaar iemand dood? Is dit een fout? Een grap? Of gewoon het nieuwe normaal in een tijd waarin de dood sneller gaat dan de waarheid?
Maar Bob is scherp. Hij heeft de situatie onder controle. Iedereen gerustgesteld. Zijn zus gebeld. De kleinkinderen gerust. Alleen het internet is traag. Dat blijft het verhaal herhalen, als een slechte echo.
En dat is het échte drama: dat wij sneller geloven dat iemand dood is, dan dat we checken of hij nog ademt.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
