‘We moeten soms stoppen over werk te praten.’ Dat zegt iemand van het geslacht Scholtens-Bosman, tijdens een interview dat zichzelf oprolt als een familiepodcast met culinaire achtergrondgeluiden. Een familie met account, creatie én strategie in huis — alsof iemand het DNA heeft gesaboteerd met een MBA.
Maar laten we eerlijk zijn: wie in deze branche zit en denkt dat hij ‘s avonds niet over KPI’s praat, heeft óf geen passie, óf geen realiteitszin. Het is geen obsessie — het is professionaliteit. En wie dat niet snapt, kan net zo goed een foodtruck openen op de V&D-parkeerplaats.
De verleiding om over het vak te praten? Die is niet toevallig. Het is een teken van druk. Van drukte in de markt. Van continuïteit. Deze familie heeft niet per ongeluk drie pijlers van de moderne media-economie in één stamboom. Ze ademen het — en terecht. Want in een tijd waarin een influencer denkt dat een goed lichtje voldoende is voor een merkstrategie, is een gesprek over doelgroepconversie aan de eettafel geen vervelend bijverschijnsel. Het is een verplichte training.
Maar stoppen? Waarom? Omdat het ongemakkelijk is? Omdat oma niet snapt wat ‘programmatic’ betekent? Laat oma dan buiten.
Het probleem is niet dat ze te veel praten over werk. Het probleem is dat anderen te weinig durven. In een wereld van gefingeerde expertise, waar iedereen ‘contentmaker’ is geworden alsof het een vrijblijvende hobby is, is een familie die nog weet wat verantwoordelijkheid met ROI betekent juist de uitzondering die bewaard moet worden.
Dus praat. Over data, over pitchdebuuts, over het moment dat de klant ‘feeling’ zei en jij wist dat het voorbij was. Dat is geen gezinsdrama. Dat is kapitaal in wording.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
