Stel: je bent een haai. Zwem je rond in de Caraïben, zout op je vin, zon op je rug. Dan ineens: trillende vinnen. Je ziet dubbel. Je denkt: ‘Heb ik nou net een vis gezien of een hallucinatie?’ Nee, vriend. Je bent high. Van cocaïne. Omdat het water waarin jij leeft, langzaam verandert in een bad van drugsafval.
Uit een studie blijkt: haaien testen positief op coke, cafeïne, pijnstillers. Niet vanwege een verkeerde nacht in Ibiza, maar door ons. Door rioolwater dat niet goed wordt gezuiverd. Door smokkelaars die hun drugs in zee dumpen als de politie eraan komt. En dus: de haai, de onschuldige topjager, wordt de onvrijwillige snuiver van het Caribische gebied.
Maar het gekke? Wij schrikken ervan. Alsof het een grap is. Maar stel je voor: als een mens dit water zou drinken, zou je direct zeggen: ‘Geen idee wat ik net binnenkreeg, maar ik voel me raar.’ Maar voor vissen en haaien? Gewoon doorzwemmen. Zonder keuze. Zonder waarschuwing.
Het is geen grap. Het is een spiegel. We dumpen, we smokkelen, we spoelen – en de zee doet alsof niks aan de hand is. Totdat een haai positief test op coke. Dan pas kijken we op.
Misschien is het tijd dat we stoppen met denken dat de oceaan een prullenbak is. Want ja, die haai is high. Maar wij zijn de verslaafden.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
