Een schaduw onder water. Een rugvin die niet hoort bij een gewone haai. En dan: niets. Alsof de zee zelf even heeft geknipperd. Afgelopen week, voor de kust van Kroatië, werd een reuzenhaai gespot – 10 meter lang, zacht, traag, en volledig onschuldig. En toch: iedereen schrikt zich rot.
Want mens? Denkt direct: *Jaws*. Terwijl dit dier niet op mensen jaagt, maar op plankton. Een reuzenhaai eet meer dan 10.000 liter water per uur. Kijk, dat is pas een eetverschil met jouw gemiddelde Amsterdammer die nog bang is voor een sardientje op brood.
Het Blue World Institute juicht het moment toe. Wetenschappelijk waardevol, zeldzaam, hoopvol. Maar ik denk: waarom schrikken we nog steeds van iets dat niets met ons wil? Waarom is een haai van 10 meter met een glimlach van plankton meer beangstigend dan een Nederlandse politicus tijdens een live-interview?
Misschien is het tijd dat we ophouden met dramatiseren. De zee is groot. Wij zijn klein. En soms zwemt er gewoon een gigantische, zachtaardige kolos langs – zonder notities, zonder agenda, zonder PR-team.
En toch: respect. Niet voor de haai. Maar voor het feit dat hij het nog durft.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
