Een telefoonnummer: één tot vijf dollar. Een ID-nummer: wat meer. Een compleet persoonsdossier — naam, adres, bankgegevens, moeders meisjesnaam — dat is waar de markt om lacht. Want op de dark web is een mens geen burger. Hij is een package. En de prijs? Lag. Schandalig lag.
Toch zijn ergenouwen die denken dat een datalek bij Odido honderden euro’s per slachtoffer oplevert. Alsof we in een collectieve rechtszaak tegen de realiteit zitten. Laat me lachen. De waarde van jouw gegevens ligt niet in de schadevergoeding, maar in de schaal waarop ze worden misbruikt. En die schaal is gigantisch — de prijs per eenheid daarentegen is kleiner dan een biertje in Rotterdam.
Hackers kopen geen losse telefoonnummers uit sentimentaliteit. Ze kopen complete stacks — volledige digitale identiteiten — omdat ze daarmee adressen kunnen veranderen, bankrekeningen kunnen overnemen, subsidies kunnen oplichten. Het is geen diefstal. Het is bezitsverovering.
Maar hier komt de harde waarheid: als jouw gegevens worden verkocht, ben jij al verloren. Niet omdat het duur is, maar omdat het goedkoop is. Vijf dollar is de prijs van een risico dat niet meer wordt gezien als bedreiging — maar als operationele kosten in de digitale economie.
De echte vraag is niet hoeveel jouw data waard is. De vraag is waarom jij nog denkt dat je iets hebt te beschermen, terwijl de markt al lang heeft besloten dat je niets waard bent — behalve als onderdeel van een pakket.
Privacy is geen rechtenkwestie. Het is een prijskwestie. En die is gecrasht.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
