En dan dacht je nog: “Eindelijk eens goed nieuws.”
Ja, Blanija – sorry, *Blanja* – gaat door op Netflix. Niet dat iedereen het doorhad, hoor. Maar de hardcore fans (ja, er zijn er echt meer dan tien) klappen in hun handen van blijdschap. Want niks zegt “culturele doorbraak” als een vervolg op een Nederlandse thriller die vooral bekend is van de soundtrack en het feit dat niemand zich de namen van de personages echt kan herinneren.
Maar hier zit het wrange van Nederlandse streaming-drama: we willen zo graag dat ons spul internationaal aanslaat, maar tegelijk vindt niemand het écht goed. Blanja was geen meesterwerk. Het was een sfeervolle potpourri aan regen, trauma’s en een hoofdrolspeler met permanent wallen onder de ogen. Toch kijkt Netflix naar de cijfers – en ziet: Nederland klikt. Altijd. Op alles. Zelfs op series waarin mensen drie minuten zwijgend in een plas staan.
Is dat nou troost? Dat we blij mogen zijn met een vervolg op een serie die net genoeg mysterie had om mensen te houden, maar niet genoeg diepgang om écht te raken? Of is het gewoon realisme? Nederland doet nu eenmaal emotionele ellende goed verpakt in grijs weer en een beetje Engels.
Maar hé, als het Blanja wordt, dan is het Blanja. Zolang ze maar geen tweede seizoen doen met een zombieversie van de moeder. Want laten we eerlijk zijn: dat is pas echt waar Netflix op wacht.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
