Maurits was net trots aan het uitleggen dat de nieuwe koffiemachine een geïntegreerde melkkoeler heeft – “voor optimale barista-dynamiek, schatje” – toen Carla, nonchalant met haar telefoon in de hand, zei: “Zag je die kinderwagen van vandaag? Die van die Scandinavische lui? Met de dubbele wielen en de kap tegen UV-licht?”
Ze zei het alsof ze het over het weer had. Maar Maurits voelde de kogel al komen. “Welke?” vroeg hij, alsof hij die informatie kon gebruiken om een staatsgreep te voorkomen. “Gewoon,” zei Carla, “ik vond ‘m mooi. Echt clean design. En in het interieur van onze Peugeot past-ie als een bus.”
Maurits slikte. Hij wist wat dit betekende. Geen koffiemachine meer. Geen ‘man van de toekomst’. Maar een man met een kinderwagen in de kofferbak. “Maar Carla,” stamelde hij, “we hebben geen kind. We hebben niet eens een plan B met ovulatiekaartjes.”
“Nee,” zei ze droog, “maar als we die wel krijgen, wil ik niet dat het kind eruitziet alsof het in een buggy van 2007 is opgegroeid. Esthetisch verantwoord, liefje.”
Hij keek haar aan. Dan naar de koffiemachine. Dan naar de muur, alsof daar antwoorden hingen. “Maar… is dit nu een hint? Of een ultimatum met wieltjes?”
Carla glimlachte. “Ik heb alleen maar gekeken. Maar als je straks ook begint over ‘duurzaamheid’ en ‘leven in balans’, dan weet ik dat je het snapt.”
Dagenlang zweeg hij. Totdat hij op een ochtend binnenkwam met een glimlach die te groot was voor zijn gezicht. “Ik heb hem,” zei hij. “Dubbele wielen. All-terrain. Kleur: asgrijs met cognacleren handgreep. En geloof het of niet: hij past in de carpool-lane van mijn status.”
Carla trok een wenkbrauw op. “En de koffiemachine?”
“Die verkopen we. Als downpayment op de toekomst.”
Ze lachte. Echt. Voor het eerst in maanden. Want misschien, heel misschien, was dit niet alleen om haar tevreden te stellen. Misschien wilde hij ook wel dat kleine, schreeuwende bewijs van liefde – zolang het maar in lijn was met zijn image.
En zo werd de hint een plan. Een mooi, stilzwijgend, Scandinavisch plan.
