“Je zoons zijn irritante jongens!” – dat zegt niet zomaar iemand. Dat zegt Johan Derksen, terwijl Dries Roelvink nog aan tafel zit. Alsof je een hap neemt van een broodje en dan pas ziet dat er een vlieg in zit. Zo voelde het vast voor Dries, die gewoon was gekomen voor een beetje media-aandacht, en in plaats daarvan een flinke portie schaamte kreeg geserveerd.
Het begon zo onschuldig. Compilatiefilmpjes, gelach, de gebruikelijke studio-gekheid. Maar toen Johan Derksen zijn mond opendeed, wist iedereen: dit wordt een moment. Geen mooie, geen grappige – nee, een van die momenten waar je als kijker vanaf de bank denkt: o jee, ga door, ga door… of stop, stop alsjeblieft.
Want wat doe je als je hoorde dat jouw kinderen ‘irritant’ zijn? Lachen? Boos worden? Wegrennen? Dries koos voor: glimlachen met pijn in je buik. Het ultieme mediabewijs van zelfbeheersing. Hij bleef zitten, knikte, nam het in zich op. Alsof hij dacht: nou ja, zo zijn jongens nou eenmaal. Of: Johan heeft vast een zware jeugd gehad.
Maar serieus: waarom zeg je zoiets? Is het grappig? Is het nodig? Of is het gewoon makkelijk om te schelden op kinderen die niet eens in de kamer zijn? Alsof ouders altijd moeten lachen om de moppen over hun eigen vlees en bloed. Alsof je geen gevoel mag hebben zodra je vader bent van jongens die iets te veel lawaai maken of te veel in beeld willen.
Ik zeg niet dat Dries’ zoons engelen zijn. Waarschijnlijk zijn ze precies zoals alle twintigers: luid, onzeker, vol testosteron en TikTok-ideeën. Maar ‘irritant’? Dat is geen beschrijving, dat is een oordeel. En dat oordeel viel in de studio als een baksteen – met Dries eronder.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
