**
Vijfhonderd miljoen kilo aardappelen liggen te rotten terwijl de Nederlander nog steeds vijf euro neertelt voor een zak friet. Alsof we in een economisch paralleluniversum terecht zijn gekomen waar schaarste en overvloed elkaar hand in hand door de polder leiden. De boer staat met een overproduct dat hij niet kwijt kan, en de consument betaalt alsof de aardappel goud waard is. Maar wie vangt het geld op? Zeker niet de telers. En al helemaal niet het vee.
Het verhaal van de ‘piepers’ – de kleine, onverkochte aardappelen – is geen landbouwcrisis, het is een ketenfout. Een structurele misrekening tussen productie, verwerking en prijsafspraken. En laat me je vertellen: wie denkt dat dit oplosbaar is met veevoer, heeft nog nooit zitten rekenen op een Zuidas-lunch. Veevoer levert ‘weinig op’, zeggen ze. Dat is zacht uitgedrukt. Het is een subsidie aan de varkens, terwijl de markt schreeuwt om innovatie.
De waarheid? De snackbar is geen filiaal van de telerscoöperatie. De prijs van friet wordt niet bepaald door de productiekost, maar door de locatie, de merkwaarde van de frituur, en de bereidheid van de stedeling om te betalen. Net zoals een Prime-abonnement niet duur is omdat de content meer kost, maar omdat de consument het gedrag accepteert. Hier gebeurt precies hetzelfde: prijselasticiteit in de frietmarkt. De telers leveren aan verwerkers, de verwerkers aan de frituren, en iedereen eronder verdient – behalve degene die de grond heeft bewerkt.
Maar er is geen business case voor een ‘pieperfriet’-merk, geen schaalmodel voor direct-to-consumer distributie, en zeker geen visie vanuit het ministerie. In plaats van een circulair verhaal bouwen, wordt er gekeken naar subsidies, naar afvoerkanalen, naar ‘oplossingen’ die in feite niets oplossen. Amateurs in een systeem dat schreeuwt om professionele ketenmanagement.
Als je 500 miljoen kilo over hebt, is dat geen oogstprobleem. Dat is een businessstrategie die is blijven steken in de jaren tachtig. En tot die telers begrijpen dat hun product niet meer is dan een grondstof in een industriële machine – en dat de waarde ligt in branding, distributie en timing – zullen ze blijven hopen op een wonder, terwijl de varkens de winnaars worden.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
