De biologische wijn bij het diner is niet meer alleen een smaakkeuze, maar een portefeuillecheck. 66 procent duurder – zo positioneert de Consumentenbond de prijskloof tussen biologisch en conventioneel eten. Maar laten we ophouden met doen alsof dit onderzoek over consumentenbescherming gaat. Het is een autopsie op de klasseverdeling in de Nederlandse voedselketen.
Jarenlang leek de markt te convergeren. Supermarkten speelden het slim: witte labels, schaalvergroting, ‘duurzaam’ in kleine lettertjes. Maar wie dacht dat Lidl de oplossing was, heeft de economie van schaarste onderschat. De realiteit? De kloof klapt weer open, en Lidl – met zijn strakke logistiek, Zwitserse efficiëntie en afwezigheid van morele pretentie – blijft de goedkoopste. Niet omdat ze ‘groen’ zijn, maar omdat ze rekenen. Iets wat biologische merken sinds jaar en dag weigeren.
Want wat verkoopt biologisch? Geen groenten. Geen voeding. Geen voedselveiligheid. Nee: een gevoel. Een verhaal over boeren met blote voeten en dromen van een betere wereld. En dat verhaal heeft een prijs – een prijs die alleen betaalbaar is als je een inkomen hebt dat boven de 7.500 bruto per maand ligt. De rest koopt bij Lidl. Niet uit idealisme, maar uit noodzaak. En daar is niets mis mee.
Maar wie denkt dat dit een tijdelijke terugval is, heeft de marktpsychologie niet begrepen. De splitsing is structureel: enerzijds de prijsstrijd van de efficiencykampioenen, anderzijds de premiumisatie van het ‘reine’. En in die tweede groep wordt geen winst gemaakt op volume, maar op image. Daar zit de marge. Daar zit de winst. En daarom zal de kloof nooit sluiten – integendeel.
De toekomst? Twee werelden. De een met een sticker van het EU-biokeurmerk, de ander met een kortingsticker op de banaan. En in het midden: een overheid die blijft fantaseren over duurzame inclusie, terwijl de markt al lang heeft beslist.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
