Een koffieapparaat. Klein ding. Groot gedoe.
In een kapsalon waar normaal alleen de föhn tekeer gaat, ligt nu een rechtszaak op tafel. Niet vanwege slecht geknipt haar, nee. Het draait om een bolletje in een reservoir. Kunststof. En kunsthars. En volgens Maths vrouw: onacceptabel voor haar biologische klantenkring.
Rechter John Reid zit erbij. Niet in een toga, maar in een stoel die net zo strak is als de zaak. Hij luistert. Hij kijkt. Hij oordeelt. Want zo gaat dat in *De Rijdende Rechter*. Geen hoge zalen, geen ambtenaren. Gewoon: een tafel, twee partijen, en een conflict dat net iets te groot is geworden voor een kop koffie.
Tjerko huurt apparaten. Maths vrouw wil biologisch. Beiden denken dat ze gelijk hebben. En terwijl ik dit kijk, denk ik: had ik maar zo’n rechter bij mijn eigen huishouden. Dan zou mijn man eindelijk moeten stoppen met het in de koelkast zetten van brood.
Maar serieus: het is precies dit soort alledaagse ellende waar je van gaat denken: waarom wordt dit een zaak? Toch. Iemand voelt zich gekwetst. Iemand anders denkt dat hij niks fout doet. En dan komt John. Rustig. Zakelijk. Geen drama. Geen geschreeuw. Gewoon: vragen, luisteren, beslissen.
En Jetske van den Elsen? Zij presenteert. Niet opvallend. Niet storend. Ze laat het geschil zijn gang gaan. Geen commentaar. Geen gezucht. Geen ‘maar lieverd, snap je dan niet…?’ Ze is er, maar niet té. En dat is precies goed.
Het programma doet wat het moet doen: het toont mensen in hun kwetsbaarheid. Niet in een grote zaal, maar in hun eigen vier muren. Met een koffieapparaat als symbool van een groter misverstand.
Ik zet mijn eigen kop koffie neer. En denk: misschien moet ik vaker luisteren. Voordat ik overga tot rechtszaak.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Vertel vertel! 😘
