Je zit daar, midden in een filmset, met een badjas aan en een script in je hand. Dan komt er iemand in een vestje met ‘intimiteitscoördinator’ op de borst. Iemand die uitlegt hoe je een kus scèntechtisch moet doen. Alsof je een IKEA-kast in elkaar zet. Tatjana Simic snapt er niks van. En zegt het hardop. “Flikker op!” roept ze. En ja, het klinkt bot. Maar het klinkt ook als een oude buurman die een jong stel ziet zoenen op de bank.
Toen zij ‘buurman, wat doet u nú?!’ riep, was het gewoon grappig. Nu zouden ze er een trauma van maken. Of een checklist. ‘Hoeveel seconden oogcontact voor de kus? Wil je toestemming voor hand op schouder?’ Alsof alles geregeld moet worden, alsof we bang zijn voor gevoel.
Maar Tatjana komt uit een tijd dat acteren gewoon doen was. Niet bespreken. Niet regelen. Gewoon: kijk in zijn ogen, voel iets, en als het raar is, lach er dan om. Nu moet alles van tevoren. Alsof je een vergadering pland over een zoen.
En ja, het is fijn dat mensen zich veilig moeten voelen. Maar moet het dan zo? Moet er iemand tussen staan bij een liefdesscène, alsof het een werkplekveiligheidsdemonstratie is? Tatjana denkt van niet. Zij denkt: doe maar gewoon. Dan doe je al gek genoeg.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
