Je ziet het aan de kijkcijfers: Hélène Hendriks staat pal. Niet wankelend op die showtrap, nee, maar stevig in de kijker. En toch. Aran Bade, mediakijker met een oog voor detail, vraagt zich hardop af: waarom blijft ze daarboven staan? Alsof ze een schilderij is in een museum: mooi, maar niet te benaderen.
Ik snap de vraag. We kijken allemaal liever naar iemand die door de kamer loopt, een kop koffie laat vallen, een grap maakt over het weer. Iets menselijks. Maar Hélène? Die blijft. Op haar voetstuk. Met een glimlach die net zo strak zit als haar haar.
Is dat nu slim of jammer? De cijfers zeggen: slim. Mensen kijken. Meer dan vorige week. Meer dan de week daarvoor. Alsof iedereen denkt: oh, daar is ze weer, op die trap, alsof ze nooit weg is geweest. Maar is het genoeg? Moet je niet afstappen om echt bij het publiek binnen te dringen?
Misschien is dat juist het trucje. Geen koffie laten vallen. Geen onhandige stap. Gewoon: daar zijn. Zien. Zenden. En hopen dat iemand zapt. En dan, als ze eindelijk zapt, denkt: oh, daar is Hélène. Op haar trap. Waar ze hoort.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
