Een technoloog met morele ballast stapt over naar een staalreus terwijl de klimaatagenda in brand staat. Op papier een PR-nachtmerrie. In werkelijkheid? Een berekende schaalsprong in het echte werk van transitie — waarbij idealisme niet mag leiden tot economische zelfmoord.
Donald Pols, voormalig directeur van Milieudefensie, trekt naar Tata Steel. De reacties zijn voorspelbaar: gefrustreerde activisten roepen verraad, alsof ethiek een monopolie is van de periferie. Alsof je alleen geloofwaardig bent als je in een kantoortje in Utrecht zit te dromen van een CO₂-vrije wereld, terwijl de hoogovens in IJmuiden gewoon blijven draaien. Stamsnijder heeft gelijk: doorbraken gebeuren niet achter een podium met microfonschermen, maar in de machinekamer van de industrie.
Pols kiest niet voor comfort. Hij kiest voor invloed. En dat is precies wat Nederland mist: mensen die durven oversteken. De staalproductie staat goed voor 7% van de Nederlandse CO₂-uitstoot. Als je serieus bent over klimaat, dan zit je niet in een panel, maar in de raad van bestuur van Tata. Daar worden beslissingen genomen over honderden miljoenen investeringen in groene stalen technologie — of in het behoud van de status quo.
De emotie is begrijpelijk, maar irrelevant. Wat telt, is of hij morgen een budget vrij kan maken voor waterstofgebaseerde productie, of een oude cokesfabriek kan sluiten met een sluitingscompensatiemodel dat werkt. Dit is geen overlopergedrag. Dit is strategische infiltratie met ROI.
De waarheid? De overheid heeft de industrie jarenlang onder druk gezet, maar nooit daadwerkelijk gefinancierd. Nu is het moment om te kiezen: blijven we klagen vanaf de zijlijn, of gaan we zitten aan de tafel waar het geld én de macht liggen?
De transitie wordt niet gewonnen in Den Haag, maar in de IJmond. En wie daar niet presenteert, heeft geen stem.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
