Een veertje. Dat is het. Een klein, zacht donsveertje van niks. En toch bukt Linda de Mol. Niet voor de waarheid. Niet voor de moed. Nee, voor een veertje. Of nou ja, een metafoor. Maar wel een smerige.
Ik zit hier met mijn thee, afstandsbediening in de aanslag, en denk: wéér Linda. Wéér die blik van ‘ik weet iets, maar zeg niks’. Alsof ze op een podium staat met een microfoon in haar hand en een geweten in haar zak.
Ali B. Gedrag. Wangedrag. En Linda? Wist het. Vroeg. En zweeg. Tot iemand anders het moest zeggen. Dan komt zij traag de hoek om, met een zucht en een glimlach van ‘ach, ja, dat wist ik eigenlijk al’. Alsof het een recept was dat ze vergeten was door te geven.
Maar nee. Dit is geen taartrecept. Dit is puin. Leven. Pijn. En zij? Buigt. Voor de gemakkelijkste wind. Voor de laagste tak. Voor het veertje dat niemand ziet, maar dat wel in je oog prikt.
Waar is de moed? Waar is de stem? Niet in de studio. Niet in haar mond. In haar zak. Tussen bonbons en sleutelhangers.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
