Weet je wat er beroerder is dan een slechte uitslag in het Songfestival? Dat er helemaal geen beeld meer van bestaat.
De EBU, die grote baas achter het Eurovisie-feest, doet nu een noodkreet. Niet om dit jaar weer een glittertegoedje te vinden, maar om iets wat al tachtig jaar geleden begon: de zoektocht naar de opnames van 1956 en 1964. Ja, *de* allereerste editie – met slechts zeven landen en een sfeer van ‘kijk eens wat we kunnen met een camera en een microfoon’ – is nergens meer te vinden in beeldvorm. En 1964? Die mist ook.
Ik zeg je: dat is als het recept van stroopwafels kwijtraken bij een familiefeest. Het is erfgoed, man. Of nou ja, vrouw. En ik zeg ‘man’ niet voor niks – want die verloren opnames? Vaak werden ze simpelweg gewist, of opgeborgen in een kelder waar niemand meer komt. In de jaren vijftig en zestig was televisie nog geen kunst, maar een soort tijdelijk nieuwsbericht. Niemand dacht: “Hé, dit wordt ooit cult.”
Maar nu is het dat wel. Fans klampen zich vast aan oude foto’s, audiofragmenten, zelfs anekdotes van oma die dacht dat Luxemburg zong over een kapotte stofzuiger. En de EBU roept nu juist die nerds op: check je zolder, je opa’s kelder, de la onder de oude koffiemolen. Want wie weet ligt daar een bandje met geschiedenis.
Maar let op: als je denkt “ik heb ‘m”, check dan eerst of het niet gewoon een opname is van *Dancing with the Stars 2007*. Want ook dat is al verloren, trouwens.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
