Weer die mail. Weer die bliksem uit een heldere mediemond. Weer die oproep om te stemmen, alsof ik de draad nog bijhoud in het grote tv-struikgewas van dit seizoen. Ik zit hier met mijn rosé’tje, afstandsbediening in de hand, en denk: wie is er nou echt aan het winnen? De kijkers? Of gewoon de herhaling?
Het is weer zo ver: de derde kwalificatieronde voor de Gouden Televizier-Ring 2026 is open. Alsof het een oproep tot redding is. Van welk programma heb ik het afgelopen kwartier het meest genoten? Nee, wacht, het afgelopen kwartier was een reclamespot voor een opblaasbad. Ik bedoel: afgelopen drie maanden.
Drie maanden. Zo lang geleden dat ik dacht: o, dit is nieuw. Dit is fris. Dit is misschien wel ringwaardig. Maar nee. Het was weer een quiz met een bekende stem, een glimlach uit 2014 en een prijs die niemand nodig heeft.
Ik hou van televisie. Echt. Maar soms voelt het alsof we allemaal meedoen aan een wedstrijd die al beslist is. De vragen zijn hetzelfde, de namen ook. Alleen de achtergrondmuziek is iets harder.
Toch ga ik stemmen. Niet uit overtuiging, maar uit plichtsgevoel. Want als niemand kiest, kiest iemand anders voor jou. En dan krijg je weer een gala met te veel goud en te weinig glans.
Maar eerlijk? Ik zou de Ring gewoon eens aan een stil moment willen geven. Een scène zonder muziek, zonder geschreeuw, zonder ‘o, wat een verrassing’. Gewoon: iemand die luistert. Echt luistert. Dat zou pas prijswaardig zijn.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Vertel vertel! 😘
