Tatjana Simic loopt door Times Square met haar kaplaarzen aan één vinger. Alsof het een tas is. Dat soort dingen gebeuren als je Flodder in Amerika! kijkt. De familie Flodder is er weer, nu met paspoort en een ticket New York toe. En ja, het is precies zo gek als je denkt.
Ze zijn overgeplaatst via een cultureel uitwisselingsprogramma. Dat klinkt netjes. Maar niets aan deze familie is netjes. En niets aan New York helpt. De stad snapt de Flodders niet. De Flodders snappen New York niet. Dat is het grappige: niemand geeft toe dat hij niks begrijpt.
Tatjana Simic speelt haar rol alsof ze zelf ook niet helemaal weet waar ze is. En dat is goed. Ze zegt dingen als: “In Nederland vegen we met water. Hier vegen ze met trots.” Dat soort zinnen vliegen erin. Ze zijn niet bedoeld om slim te zijn. Ze zijn bedoeld om te lachen. En dat lukt.
Het is geen subtiele komedie. Het is een karrenvracht vol misverstanden, vieze moppen en kapotte stoeptegels. De camera trilt. De stemmen schreeuwen. De kleren zijn te groot of te klein. Alles is te veel. En juist daarom werkt het.
Je ziet het aan de blikken van voorbijgangers. Die bestaan niet in de serie, maar je voelt ze wel. Alsof iemand in een museum staat met een emmer en een borstel. Niemand roept het, maar iedereen denkt: wat doet dat mens daar?
Maar de Flodders gaan door. Omdat ze niets merken. Of omdat ze alles expres doen. Dat is het geheim: je weet nooit of het stom is of slim.
Het is geen New York zoals in de films. Het is New York zoals je het ziet als je verkeerd loopt, een verkeerde deur opent en ineens in een scène staat. De stad wordt een personage. Een beetje boos. Een beetje verbaasd. En vooral: volkomen overrompeld.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Vertel vertel! 😘
