‘Laatste kans: 90% korting op designermeubels!’ – een bericht dat als een virus door TikTok en Instagram spant, rechtstreeks in de portemonnee van de Nederlandse koopjesjager. De naam? Fonq. Het bankroet. De realiteit? Een nepwebshop die het vertrouwen in een bekende merknaam systematisch uitbuit. En ja, lieverd, als het te mooi is om waar te zijn, dan is het ook te dom om erin te trappen.
De oplichters doen het slim – daar moet je ze eer aan doen. Ze grijpen het emotionele moment van een faillissement aan, wanneer klanten rouwen om een verdwenen webwinkel, en schakelen direct over op *cynische opportunisme*. Ze kopiëren de huisstijl, stelen de productfoto’s, en bouwen een site die er professioneler uitziet dan de originele Fonq in zijn gloriejaren. Alles is er: de ‘laatste restanten’, de ‘flash sale’, de valse druk op voorraad. En de klant? Die denkt slim te zijn, terwijl hij gewoon het slachtoffer is van een goed gescripte phishingcampagne.
Maar hier gaat het niet om een paar honderd euro verloren. Het gaat om een structurele zwakheid in de Nederlandse consumptiecultuur: de *obsessie met koopjes*. Mensen die hun eigen ROI niet kunnen uitrekenen, maar wel denken dat een bank van 1200 euro voor 120 euro ‘een deal van de eeuw’ is. Ze scrollen zich blind op hun telefoon, klikken op een advertentie van een influencer die waarschijnlijk nooit van Fonq heeft gehoord, en geven zonder nadenken hun gegevens prijs.
En wie profiteert? Geen merk, geen winkelier, geen klant. Alleen de frauder die achter een VPS in Roemenië zit en op dat moment al bezig is met het volgende nepmerk.
De Fraudehelpdesk zegt ‘wees alert’. Alsof dat helpt. Alsof je een brandweerman roept terwijl het pand al in lichterlaaie staat. De echte les? Als een winkel failliet is, is de uitverkoop niet op sociale media. Dan is-ie in de krant, of helemaal nergens. En wie dat niet begrijpt, verdient zijn verlies.
Met zakelijke groet,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
